Aan dit gesprek nemen twaalf jongeren deel (vooral jongens en 2 meiden) en een buurtbewoner van in de vijftig, die ook op de flyer is afgekomen. In samenwerking met Asma El Morabit, activiteitenorganisator bij Archipel, bedenken de jongeren onder de naam ‘Het Jeugd Preventie Team’ ideeën voor activiteiten.
Veel van de jongeren zijn samen opgegroeid in de buurt. Zij voelen zich verbonden met elkaar en met de buurt. Ook voelen zij zich thuis bij Asma, die activiteiten met hen organiseert en bij Bert van Archipel. Het contact is persoonlijk en vertrouwd. Met elkaar hebben ze de buurt zien veranderen door de jaren heen. Als zij de keuze hebben, blijven veel van hen wonen in de Indische buurt.
Gentrificatie
Een van de veranderingen die de deelnemers hebben meegemaakt in de buurt is de komst van mensen met veel meer geld te besteden. De jongeren ervaren een groeiende tweedeling tussen bewoners met en zonder geld. Dit heeft invloed op hoe de jongeren zich voelen in de wijk: zij ervaren vooroordelen van buurtbewoners enerzijds, en te weinig ruimte om zichzelf te kunnen anderzijds.
‘We zijn hier opgegroeid maar zien nu overal nieuwbouw ontstaan, veel vrije sector, de bewoners zijn niks meer gewend. Wordt dit soms het nieuwe Gooi? Als we op het plein zijn in de avond, klagen mensen, of wordt handhaving gebeld. Maar vaak achter onze rug om. Er wordt geen oplossing bedacht. Met het stadsdeel sta je nooit direct in contact, altijd via de politie’.
De krappe woningmarkt versterkt het gevoel niet heel gewenst te zijn: stel zij zouden in de buurt willen blijven wonen, kan dit dan nog wel? Of worden ze naar buitenwijken of zelfs naar buiten de stad geleid? Dit onderwerp speelt nu nog op de achtergrond maar wordt belangrijker wanneer zij ouder worden. Binnen dit voor hun te krappe kader, creëren zij hun bewegingsruimte op straat, maar dit levert regelmatig spanningen op.
Vooroordelen over jongeren
De jongeren geven aan veel te maken te krijgen met vooroordelen van andere bewoners. Bewoners klagen naar hun idee heel snel over overlast. Daardoor voelen ze zich in een hoek gezet. 'Het stadsdeel moet ook voor jongeren opkomen, je kunt niet zomaar zeggen: jongeren wegwezen. Mensen willen rust maar dit is nog altijd wel Amsterdam, een stad’.
Bij het gesprek is een buurtbewoner aanwezig die ook op de flyer is afgekomen. Zij geeft aan: overlast kan wel betekenen, dat mensen niet kunnen slapen of angst ervaren. Deze overlast wordt door de jongeren deels bevestigd.
‘Soms is er overlast. Maar het is ook de vraag: hoe ga je met ons om? De politie wordt er snel bijgehaald en dan is het: laat je ID maar zien. Bewoners gaan geen gesprek met ons aan, terwijl: "als iemand ons benadert en zegt: mijn kindje slaapt, dan gaan we ergens anders heen".
Straatcoaches
De jongeren hebben het fenomeen straatcoaches zien opkomen. Een van de doelen hiervan, is spanningen op straat rondom jongerenoverlast te verminderen. Het idee is dat een straatcoach contact maakt met jongeren op straat en waar nodig zorgt voor begeleiding richting passende activiteiten en een goede sfeer in de wijk. Ze zijn volgens de jongeren ‘de ogen en oren van het stadsdeel’. Maar zij ervaren het niet als positief: "Na een melding hoort een straatcoach te komen maar dit gebeurt vaak niet".
Veel rondom de straatcoaches voor de jongeren is onduidelijk of zelfs onprettig. De straatcoaches hebben met de aanwezige jongeren weinig contact gemaakt. Er zijn zelfs aanvaringen geweest. ‘Je voelt het aan als iemand moeite voor je doet, ook al is het bijvoorbeeld buiten werktijd’. Maar de benadering die nu wordt ervaren werkt niet goed. De jongeren ervaren een ongelijke machtsverhouding en te weinig persoonlijk contact. Het beeld bestaat dat niet met de jongeren gesproken wordt maar over hen: ‘er gaat te vaak te veel mis’.
Een eigen plek
Naast dat met de jongeren zelf meer het gesprek aan wordt gegaan, door bewoners, straatcoaches en het stadsdeel, zien de jongeren als oplossing: een binnenplaats waar zij kunnen verblijven.
Er is een keer een gesprek geweest met het stadsdeel over een eigen plek. Dit ging om een soort halve container: een halfopen constructie. Maar er kwam geen duidelijkheid over een mogelijke plek. Het risico dat daklozen daar zouden willen verblijven tijdens slecht weer bijvoorbeeld, werd te groot gevonden.
In West en Nieuw West zijn mooie plekken die de jongeren inspirerend vinden. Daar zijn ook meer aanbieders, dat werkt beter dan een grote partij.
De jongeren zouden een eigen plek willen om te chillen, ook later op de avond, tussen 20u en 23/00u, 4-5 avonden per week, maar het liefst 7 avonden per week. Het gaat om meer dan chillen. Van opdrachten maken en chillen tot activiteiten die bijdragen aan zelfontwikkeling. Als voorbeeld: "een soort Jav'Art, waar je de max uit de jeugd kunt halen". Dynamo heeft eigen activiteiten/programmering, dat sluit niet per se aan: ‘we vallen er nu te veel buiten’.
Op de vraag of ze weleens nadenken over ondernemerschap, als een manier om een eigen plek te realiseren wordt gedeeltelijk positief gereageerd. "Ja, dat kan wel passen: het “product” is dan dat we aanbod creëren voor onze leeftijdsgroep". Oost begroot is al een belangrijke stap: een manier als bewoner om met een plan buurtbewoners te overtuigen en zoveel mogelijk stemmen binnen te halen om het plan te realiseren. Na het groepsgesprek horen we dat ze Oost Begroot hebben gewonnen en hun plannen mogen uitvoeren.